">

AGENDA

Op 10 en 11 oktober op de Europom in Helsingborg Zweden

 

Needse pomoloog ziet fruitconsumptie toenemen tijdens coronacrisis
do 16 apr 2020, 12:41

NEEDE – Je kunt appels met peren vergelijken, maar beter is om ze beide te eten. Vers fruit is nu eenmaal erg belangrijk voor een gezond lichaam. Dat beseft ook de consument nu de coronacrisis rondwaart. Volgens de Needse pomoloog Marcel Tross (1956) stijgt dan ook de vraag naar vers fruit. Er is trouwens keuze genoeg, er bestaan wel zo’n duizend soorten fruit.
Door Rob Weeber
Uitstervend beroep
Marcel Tross heeft naar eigen zeggen een uitstervend beroep: pomoloog. Kort gezegd is een pomoloog iemand die verstand van fruit en fruitteelt heeft. Tross is in Nederland nog de enige die beroepsmatig als pomoloog werkzaam is. Daarnaast kent ons land nog een paar ‘hobbyisten’, mensen die wel verstand van fruit hebben, maar voor hun werkzaamheden niet betaald worden. Deze groep echter is al op ver gevorderde leeftijd. Opvolgers staan volgens hem niet klaar. In het buitenland is de situatie al niet veel beter. Alleen in België, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn nog enkele pomologen beroepsmatig aan het werk. Tross is al 43 jaar werkzaam in de fruitteelt, maar weet nog steeds niet alles van fruit. Na een opleiding als hovenier, richtte hij zich op de bomenkweek, met als specialiteit fruitbomen. Zijn interesse ging met name uit naar oude fruitrassen. Hij reist door heel Nederland en Europa en is veelvuldig op zoek naar oude boomgaarden, plekken bij uitstek waar je nog oude fruitrassen kunt tegenkomen. De beste periode daarvoor is midden juli tot december. Het fruit moet namelijk rijp zijn om te kunnen bepalen met wat voor soort ras je van doen hebt. Heeft hij eenmaal een oud ras aangetroffen, dan gaat hij ermee aan de slag.
Nederland weet steeds minder van fruit
Zoals veel sectoren, is ook de fruitteelt aan schaalvergroting onderhevig. Dat betekent minder, maar grotere bedrijven. “Nederland weet steeds minder van fruit, met name oude rassen,” aldus Tross. “Het beetje kennis wat we nog hebben, lekt langzaam weg. Als je naar de keten kijkt, dan heeft de commerciële fruitteler enkel kennis van het ras dat hij teelt en de wijze waarop zijn productie stuurt. Voor de rest is hij afhankelijk van de boomkwekers.” Iedere tien jaar bijvoorbeeld wordt een appelboomgaard vervangen door een nieuw ras, aangeleverd door de boomkwekers. Zij beheren en variëren het assortiment. Hun keuze voor bepaalde rassoorten echter is gebaseerd op het enige onderzoeksinstituut dat Nederland nog rijk is, ‘Proeftuin Randwijk’, een onafhankelijk instituut voor kennisontwikkeling en praktijkgerichte innovatie voor fruitteelt. Randwijk doet onderzoek naar nieuwe rassen, ook wel mutanten genoemd. “Zij hebben jaarlijks zo’n twintig mutanten in onderzoek. Uiteindelijk geven zij een advies met betrekking de rentabiliteit van een ras en dus de geschiktheid voor de teelt en de markt. Daarbij wordt gelet op zaken als de groeikracht van de boom, houdbaarheid van de vrucht, opbrengst et cetera. Teveel groeikracht bijvoorbeeld is nadelig voor de loonkosten. Er moet dan teveel gesnoeid worden. Tenslotte moet er een goede naam voor het ras worden verzonnen, dat blijft hangen bij de consument.”
De coronacrisis heeft volgens hem een positieve uitwerking voor de fruitteler. De versterkte vraag naar fruit is goed voor de afbouw van de voorraad en de hoogte van de prijzen. Het loopt tegen het einde van het bewaarseizoen en de laatste voorraad moet de koelcel uit zodat straks de nieuwe oogst erin kan. Minder gunstig is het feit dat het aanbod aan seizoenarbeiders door de crisis te laag is, waardoor wellicht niet al het fruit van de bomen komt.
Bijna 70 jaar oud Fruitlied
Fruit is al vele jaren bekend als leverancier van onder andere vitamines. Dat merkte ook Diny Oonk uit Neede op. In deze tijd waarin iedereen thuiszit en bezigheden zoekt, sloeg zij aan het opruimen van een kast. Daarbij kwam ze een boekje uit 1953 tegen met daarin het Fruit- en Groentelied: een ode aan fruit en groente, van maar liefst 22 coupletten van acht regels. Diny vertelt: “We hebben altijd gewerkt in de sector die gerelateerd was aan land- en tuinbouw. Toen ik dit boekje doorkeek, zag ik het lied. Dat is – hoewel bijna zeventig jaar oud – eigenlijk nog steeds actueel.” Hoewel het publiceren ervan ons wat ver ging, willen we u in dit ‘fruitverhaal’ de foto’s ervan niet onthouden.